Dierenkliniek Sleeuwijk
Loevestein 2
4254 EH Sleeuwijk
0183 - 30 17 08

Spoed

Voor spoedgevallen
7 dagen per week/24 uur per dag

0183 - 30 17 08

Menu

Pasgeborenen

Pasgeboren pups zijn zeer kwetsbaar en hulpbehoevend. In principe staat de teef in voor de verzorging. In het geval dat dat niet zo is, bieden wij ondersteuning.

Speerpunten:

  • Ruime ervaring met pasgeborenen
  • Ruime mogelijkheid diagnostiek en ondersteuning

Pasgeboren pups, waar let ik op?Zogende pups

Gedurende de eerste weken van hun leven worden de pups verzorgd door hun moeder, ze zijn volledig afhankelijk van haar. Pups kunnen zichzelf nog niet warm en schoon houden en ze hebben hulp nodig om te ontlasten en te plassen.

Drinken

De pups moeten meteen na de geboorte gaan drinken, ze zijn dan nog niet eens droog. Door het drinken worden weer weeën opgewekt en zal de geboorte verder gaan. De meeste pups kunnen de tepels goed vinden, maar soms hebben ze wat hulp nodig.

Gedurende de eerste twee dagen nemen pups uit de moedermelk antistoffen tegen verschillende ziekten op. Daarna kunnen de antistoffen niet meer door de darmen van de pup opgenomen worden, maar is de melk natuurlijk wel heel belangrijk voor de voedingsstoffen.

Pups drinken elke 2-3 uur bij de moeder en moeder likt daarna hun achterste om ze te laten plassen en ontlasten.

Ogen en oren

Tot een leeftijd van 10 –14 dagen oud kunnen ze nog niet horen of zien. Als na deze periode de oogjes nog niet open zijn, de oogleden opzwellen of er komt viezigheid uit de ogen, neem dan contact op met uw dierenarts. In deze periode kunnen ze wel goed ruiken en contact met mensen is nu al belangrijk om ze aan mensen te laten wennen. Pak ze echter niet te vaak op, rust is erg belangrijk in deze fase.

Gedrag

Gezonde, tevreden pups slapen en drinken. Als ze piepend rondkruipen, duidt dit meestal op een probleem. Ze kunnen honger hebben of het te warm of te koud hebben. Als de pups door de moeder niet warm gehouden worden biedt een warmtelamp uitkomst. De eerste 4-5 dagen is een temperatuur van rond de 26 tot 28 graden het beste, geleidelijk dalend tot 26 graden in de 2e week, 23-26 graden in de 3e week en 23 graden in de 4e week. Ook kan de teef vergeten ze te likken en ze zo dus niet helpen met plassen en ontlasten. Neem in dit geval ook contact op met uw dierenarts.

Gewicht

Pups moeten elke dag aankomen, de ene dag meer dan de andere keer. Pups die extra goed in de gaten gehouden moeten worden, zijn degenen met een laag geboortegewicht of pups die afvallen na de geboorte. Het is daarom verstandig de pups meteen na de geboorte te wegen en na 12 uur nogmaals. Daarna kunt u de pups elke dag op hetzelfde tijdstip wegen. Na 4 weken kunt u ze wekelijks gaan wegen. Noteer alle gewichten, zodat de groei goed in de gaten te houden is. Gemiddeld groeit een pup 1,6 tot 4 gram per 24 uur per kilo van het te verwachten gewicht op volwassen leeftijd. Dus 1,6 gram voor een pup met een volwassen gewicht van 60 kilo en 4 gram voor een pup van 5 kilo. Het geboortegewicht van een pup varieert tussen 100-500 gram, afhankelijk van het ras. Een pup moet zijn geboortegewicht verdubbelen in 8-10 dagen.

Bijvoeren met kunstmatige melk

Als de pups niet genoeg groeien, of zelfs afvallen moeten zij bijgevoerd worden met kunstmatige melk. De melk en andere benodigdheden zijn verkrijgbaar bij uw dierenarts. Op de verpakking staat hoeveel de pups voor die leeftijd en gewicht mogen krijgen. Het is verstandig om dit al voor de geboorte in huis te hebben, zodat ook ’s nachts of in het weekend begonnen kan worden met bijvoeren.

Het bijvoeren van het complete nest is ook nodig als maar één of twee pups problemen hebben. De grotere pups zijn dan minder hongerig en er zal meer moedermelk voor de zwakkere pups overblijven.

De melk moet op lichaamstemperatuur gebracht worden (niet te heet!) en kan met een flesje met speen of met een spuitje gegeven worden.  U kunt beginnen met 2 keer per dag bij te voeren, maar als ze niet in gewicht toenemen moet dit naar 4 keer per dag of vaker. Bij zeer kleine pups kan een insulinespuit zonder naald worden gebruikt. De pups moeten zelf zuigen, dus nooit de zuiger indrukken, dan kunnen ze zich verslikken. Laat de pup dus zelf aangeven hoeveel en hoe snel ze willen drinken om verslikken te voorkomen. Melk kan anders in de longen terecht komen en hieraan kunnen ze sterven. Leg de pup tijdens het bijvoeren op de buik om verslikken te voorkomen.

Als de pups onverhoopt helemaal geen moedermelk meer drinken en er geen pleegmoeder beschikbaar is, moet vaker gevoerd worden. Dit is een intensieve bezigheid en gaat ’s nachts ook door. Dit kan voorkomen wanneer de moeder overleden is of omdat ze melkklierontsteking heeft en het niet toe laat wegens pijn. Uiteraard moet de moeder hiervoor behandeld worden.

Moederloze pups moeten in de 1e week minimaal 8x daags, dus om de 3 uur gevoerd worden.  Na 3 weken hoeft minder vaak gevoerd te worden. Naast moedermelk gaan ze dan ook vast voedsel eten. Geef hiervoor een papje van puppyvoedsel met kunstmatige melk van goede kwaliteit. Na het voeren kunt u het gebied rond de anus masseren om poepen en plassen te stimuleren.

Jongen die met de hand worden grootgebracht, groeien vaak minder snel dan jongen die bij de moeder blijven.

Navelstreng

De navelstreng zal langzaam indrogen en het restje valt tussen 4-7 dagen af.

Bijvoeren pups/kittens met Esbilac®/ Milkodog® 

Indien bijvoeding gewenst is (mogelijk in overleg met de dierenarts) is de werkwijze als volgt: één deel poeder aanmaken met twee delen voorgekookt lauwwarm water, daarna goed roeren of schudden tot alle klontjes opgelost zijn. De melk moet snel  verbruikt worden,  u kunt dan ook het beste voor iedere voeding nieuwe melk aanmaken.  Aangemaakte melk in de koelkast bewaren.

De dagelijks benodigde vochtbehoefte is 20 tot 25% van het lichaamsgewicht. Het schema hieronder is een voorbeeld van de hoeveelheid die er gegeven kan worden. 

Leeftijd

Aantal voedingen per 24 uur

Dagelijkse hoeveelheid per 100 gram lichaamsgewicht

1e week

12

12 – 28 ml

2e week

8

14 – 28 ml

3e week

6

16 – 28 ml

4e week

5

18 – 30 ml

5e week

5

18 – 30 ml

Om de melk toe te dienen, kunt u gebruik maken van een flesje of een sonde. De veiligste en snelste methode is het gebruiken van een sonde, hiermee voorkomt u dat de pup of kitten zich zal verslikken. De sonde is een zacht rubberen slangetje waardoor de melk rechtstreeks in de maag gebracht kan worden. Om te kijken hoever u de sonde in kunt brengen, legt u de pup op zijn zij en legt u de sonde over de pup heen tot aan de 6e rib (zie afbeelding onder). Zet nu aan het begin van de sonde (bij de bek) een streepje met een stift. Om de sonde in te brengen, duwt u met uw vinger het bekje open en schuift u de sonde over de tong heen. Als de pup of kitten slikt, duwt u de sonde langzaam door tot aan het streepje. Zet nu de spuit met melk op de sonde en druk deze langzaam leeg.