Dierenkliniek Sleeuwijk
Loevestein 2
4254 EH Sleeuwijk
0183 - 30 17 08

Spoed

Voor spoedgevallen
7 dagen per week/24 uur per dag

0183 - 30 17 08

Menu

Herpesvirus (CHV)

In Nederland werd in 1971 voor het eerst het Canine Herpesvirus (CHV) geïsoleerd, daarna is met grote regelmaat het virus aangetoond en is de mogelijkheid tot de diagnose verbeterd.

- aandoeningen hond/herpesvirus.jpg

De reden dat er tot voor enige jaren geleden nog geen vaccin was tegen CHV heeft te maken met de geringe economische betekenis van het virus. Dit werd althans door de producenten van vaccins gezegd; binnen de fokkerij hoorde men echter andere geluiden. Een van de grootste producenten van vaccins in de wereld heeft deze geluiden gehoord en heeft een vaccin tegen CHV gemaakt, Eurican® Herpes 205. Gezien het hoge percentage (20-30%) puppy-sterfte tussen geboorte en speenleeftijd is het niet verwonderlijk dat een fokker zoveel mogelijk risico's uit wil sluiten. Men moet zich echter realiseren dat van deze 20-30% het grootste gedeelte (ongeveer 80%) de eerste levensweek sterft en dat de voornaamste oorzaken hiervan aangeboren afwijkingen en bacteriële infecties zijn. Bij CHV heeft men echter niet te maken met 20-30% sterfte maar vaak 100% sterfte, daarom is het zo belangrijk om het herpes-virus te onderkennen en eventueel maatregelen te nemen. In Nederland is ongeveer 60% van de honden in contact geweest met CHV en heeft dus antistoffen tegen CHV in het bloed. De reden dat we de laatste tijd meer over CHV horen kan te maken hebben met de aanwezigheid van besmette dekreuen, waardoor we binnen bepaalde rassen een sterke stijging waarnemen. Als we naar de symptomen kijken dat het virus opwekt, moet men een onderscheid maken tussen pups tot 3 weken leeftijd, pups ouder dan 3 weken leeftijd, volwassen teven en volwassen reuen. De volwassen reuen hebben na een besmetting met CHV in de regel weinig symptomen. Ze kunnen een geringe luchtweginfectie krijgen met lichte neusuitvloeiing eventueel gecombineerd met een geringe ooguitvloeiing. Op de penis kunnen we beschadigingen waarnemen en er kan uitvloeiing uit de voorhuid aanwezig zijn. Bij de niet gedekte volwassen teven zijn de symptomen, net als bij de reuen, een geringe luchtweginfectie eventueel gecombineerd met een geringe oogontsteking. Bij de teven kan er een geringe vaginitis waargenomen worden met beschadigingen in de vagina. Bij een gedekte teef kan er behalve bovenstaande symptomen ook:

  • resorptie van de vruchten
  • mummificatie van de vruchten
  • abortus, vroeggeboorte
  • dood geboren pups of levend geboren maar zeer zwakke pups voorkomen.

Over de symptomen resorptie, mummificatie, abortus en vroeggeboorte bestaat veel onenigheid. De meest recente onderzoeken gedaan door de Faculteit diergeneeskunde van de Universiteit te Gent (België) geven aan dat vooral puppy-sterfte het belangrijkste symptoom is en de andere symptomen waarschijnlijk zelden worden waargenomen. Zoals al gezegd zijn de symptomen bij de pups afhankelijk van de leeftijd van besmetting (pups tot ongeveer 3 weken en pups ouder dan 3 weken). Wat betreft de eerste groep kan gezegd worden dat de pups, afhankelijk van hun immuunstatus, gezond kunnen zijn en ogenschijnlijk geen infectie doormaken tot doodzieke pups. De zieke pup heeft weinig specifieke symptomen die duiden op een CHV-infectie, ze zijn sloom, hebben weinig eetlust, de lichaamstemperatuur blijft normaal, ze krijgen een pijnlijke gespannen buik, gaan sneller ademhalen, gaan gillen en kunnen bloedingen op de slijmvliezen krijgen. De dood kan bij deze pups zeer snel optreden, omdat het virus zich zeer snel vermeerdert en
alle organen aantast. De pups die de infectie overleven kunnen op latere leeftijd problemen krijgen met de longen, nieren, ogen of hersenen. Als de pups besmet worden op een leeftijd van meer dan 3 weken dan is soms niezen met geringe neusuitvloeiing het enige verschijnsel, bij de teefjes kan een geringe vaginitis worden waargenomen. De reden dat de pups tot 3 weken leeftijd zo gevoelig zijn voor het virus komt doordat het virus zich het beste thuis voelt bij een temperatuur van ongeveer 36 graden Celsius. De jonge pups lukt het nog niet om de lichaamstemperatuur stabiel te houden tussen de 38 en 39 graden Celsius. Verder is het afweersysteem nog onvoldoende ontwikkeld om adequaat op een infectie te reageren. Hierbij komt dan nog dat, zeker de zwakke pups, onvoldoende biestopname hebben gedurende de eerste 24 levensuren. De behandeling van de zieke pup is vaak zeer teleurstellend. Men kan trachten om de pup symptomatisch te behandelen met behulp van vocht en antibiotica. Het verhogen van de omgevingstemperatuur is aan te raden om de lichaamstemperatuur bij de pups hoger te krijgen en omdat het virus boven de 28-30 graden celcius snel dood gaat. Preventief werken geniet natuurlijk altijd de voorkeur. U zult moeten proberen het virus buiten de deur te houden. Dit houdt in dat u, indien u een drachtige teef heeft, het contact met andere mogelijk besmette dieren of een besmette omgeving voorkomt. Ook dient u (wanneer de pups zijn geboren) zeer voorzichtig te zijn met het in contact laten komen van de pups of de teef met andere honden of een andere (besmette) omgeving. Hygiëne is zeer belangrijk, dus ontsmet de werpkist en de werpkamer goed. Het virus wordt namelijk erg snel gedood door allerlei ontsmettingsmiddelen. Voldoende biestopname door de pups gedurende de eerste 24 uur na de geboorte is zeer belangrijk, omdat op deze manier passieve immuniteit wordt verkregen. Indien u ten tijde van een uitbraak meerdere nesten pups heeft liggen is het te overwegen om van een CHV positieve hond hyperimmuunserum te winnen en de pups onder de 3 weken hiermee te behandelen.

Met het vaccin van Merial, Eurican® Herpes 205, moet de teef tijdens het begin van de loopsheid of 7-10 dagen na de dekking gevaccineerd worden en een tweede vaccinatie 1 tot 2 weken voor de verwachte werpdatum. De teef gaat antistoffen tegen het CHV maken waardoor de biest zeer veel antistoffen tegen het CHV bevat. De pups die deze eerste melk drinken worden dus geïmmuniseerd op deze wijze. Om introductie en verspreiding van CHV in uw kennel te voorkomen is het aan te raden om nieuwe honden te testen op de aanwezigheid van antilichamen tegen CHV en alle honden die een hoge IgM antilichaam concentratie tegen CHV in de kennel hebben tijdelijk uit te sluiten voor de fokkerij. Men dient zich te realiseren dat er niet getest wordt op het aanwezig zijn van het virus, maar op de aanwezigheid van antistoffen tegen het virus. Indien een dier een willekeurige infectie heeft overwonnen zal hij hiertegen in het bloed antistoffen(antilichamen) hebben. Omdat bij een bloedonderzoek enkel gecontroleerd kan worden op de aanwezigheid van antistoffen, is het moeilijk om bij iedere dekking van de reu en teef van de eigenaar te verlangen dat de reu en teef onderzocht zijn op de aanwezigheid van CHV antistoffen. Verdachte reuen en teven kunt u het beste mijden of laten testen op CHV antistoffen, dit tweemaal met een tussentijd van 4 weken. Een duidelijke stijging van de antistoffen tegen CHV is bewijzend voor het feit dat de betreffende hond een CHV infectie doormaakt. Naast het aantonen van antistoffen in het bloed is er sinds kort de mogelijkheid om het virus aan te tonen in het slijmvlies van de vagina van de teef of het sperma van de reu (PCR-methode). De voorwaarde om het virus aan te tonen is wel dat op het moment van het nemen van het monster de hond het virus aan zijn/haar omgeving moet “afgeven”. Er is echter nog een probleem, namelijk dat bij de volwassen honden die de infectie zelf hebben overwonnen de mogelijkheid aanwezig is dat ze het Canine Herpes virus blijven verspreiden ondanks de aanwezigheid van antilichamen (denk hierbij aan de koortslip bij de mens wat ook een herpes-virus is). Dit betekent echter niet dat een teef die eenmaal een besmet nest heeft gehad, het volgende nest ook automatisch besmet zal zijn, maar de kans is wel aanwezig. U ziet het is een zeer complex geheel en u dient zich te realiseren dat geen enkel symptoom bewijzend is voor een CHV-infectie, enkel een positieve sectie uitslag of het aantonen van het virus d.m.v. een zeer gevoelige PCR-methode. Ook een duidelijke stijging van het aantal antistoffen in het bloed bij een herhaald onderzoek met vier tot zes weken tussentijd, is bewijzend.

 

Download het gehele artikel (PDF)